Herkomst
De legende vertelt dat er een witte Angora-kat genaamd Josephine leefde in Californië (USA). Josephine zou zijn aangereden door een auto en raakte daarbij ernstig gewond, maar overleefde dit ongeluk. De kittens uit de nestjes die Josephine na dit ongeluk kreeg, hadden allen een zeer rustig, ontspannen karakter en verslapten in je handen wanneer je ze oppakte. Hier komt de naam Ragdoll vandaan, wat lappenpop betekent.
Ann Baker heeft toen een fokkerslijn opgezet en hieruit is toen rond 1965 de Ragdoll ontstaan. De Ragdoll bevat ook genen van Heilige Birmanen, Burmezen en huiskatten. Om te voorkomen dat de Ragdoll zijn bijzondere karakter verliest is het verboden om de Ragdoll te kruisen met een ander ras.
Er werd beweerd dat de Ragdoll geen pijn zou voelen, maar dit is een fabel, ontstaan door de zachtaardigheid van de Ragdoll. De Ragdoll mag dan wat toleranter zijn dan andere rassen, maar voelt net zo goed en net zoveel pijn als iedere andere kat en als hij iets niet wil dan zal hij dit duidelijk laten merken.
Karakter
De Ragdoll is een rustige, vriendelijke en aanhankelijke kat. Hij heeft
een zacht en meegaand karakter en een enorm vertrouwen in mensen. Met
Ragdolls in huis moet je altijd opletten waar je loopt, want ze gaan
niet gauw voor je opzij. Ze lopen je overal achterna en zijn dus altijd
bij je, waar je je ook in huis bevindt.
Ragdolls vinden in eerste instantie iedereen lief, maar kunnen ook hun
favoriete persoon hebben. Ze zijn buitengewoon sociale en evenwichtige
dieren die niet snel ergens van onder de indruk zijn. Ze passen zich
uitstekend aan in nieuwe situaties en kunnen prima overweg met kinderen
en andere huisdieren.
Over het algemeen heeft de Ragdoll een zachte stem die sommige maar al
te graag gebruiken om met je te "praten". Verder zijn ze nieuwsgierig,
speels en leergierig.
Nogmaals: een Ragdoll is een bijzondere maar een normale kat die, als je
er goed voor bent, lief voor je is. Doe je hem pijn of behandel je hem
slecht, dan zal hij net als elke andere kat schuw en agressief worden.
Uiterlijke kenmerken
De
Ragdoll is een grote, grof gebouwde, gespierde kat. Zijn zijdezacht
aanvoelende vacht is middellang. Het haar rond de kraag en op de staart
is langer dan de rest. De vacht klit niet. Ragdolls zijn point katten,
dat wil zeggen dat de points (masker, oren, poten en staart) zijn
gekleurd terwijl de lichaamskleur lichter is. De Ragdoll is rond zijn
derde levensjaar volledig uitgegroeid en uitgekleurd. Een volwassen poes
weegt 4-6 kilo, een volwassen kater 5-8 kilo. De oogkleur is altijd
blauw.
Er zijn drie variëteiten:
Colourpoint
De points (masker, oren, poten en staart) zijn gekleurd. De borst is
meestal lichter dan de rest van het lichaam. Er zijn Colourpoints met en
zonder buikvlek. Een buikvlek is toegestaan maar niet gewenst. Een
Colourpoint Ragdoll mag absoluut geen wit hebben.
Mitted
"Mitted" is Engels voor "met wanten" dus met handschoentjes. Ze
onderscheiden zich duidelijk van de Colourpoint omdat ze aan de
voorpoten witte handschoentjes en aan de achterpoten witte laarsjes (tot
aan de hiel) hebben. De kin en de borst zijn wit. Van de kin tot aan de
staart loopt een witte streep; de buikstreep. Sommige Mitteds hebben een
witte bles op hun neus.
Bicolour
Bij de Bicolour Ragdolls is het masker gekleurd, maar bevat een
omgekeerde witte "V". De staart en oren zijn gekleurd. De kin, borst,
buik en poten zijn wit. Bij de Bicolour Ragdolls zijn witte vlekken op
de rug toegestaan.
Kittens
Ragdoll kittens worden wit geboren en beginnen na een paar dagen te
kleuren. Langzaam wordt dan zichtbaar welke kleur en variëteit ze
hebben.